Column ter gelegenheid van 40 jaar advocatuur

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

5 augustus 2020

Beste vrienden,

40 jaar is een lange tijd. Gedurende 40 jaar zwierven de Joodse voorouders in de woestijn. En het is nu ook precies 40 jaar dat ik mij als advocaat begeef in, wat sommigen noemen, de ‘woeste wereld’ van de advocatuur.

Zo woest heb ik het nooit ervaren. De naam die de advocatuur bij sommigen heeft – wat dat betreft verandert er in 40 jaar weinig – is dat deze vol zit met vals spel en misleiding. Ik moet u teleurstellen: dat valt in de regel wel mee. Maar dat het niet zo woest is, wil niet zeggen dat in de advocatuur zo weinig te beleven valt als in een woestijn. Iedere dag is anders en iedere cliënt en zaak is uniek. En dat is maar goed ook, want anders had ik het geen 40 jaar volgehouden. De verveling had dan allang toegeslagen.

In al die jaren heb ik binnen en buiten de rechtszaal de degens gekruist met talloze rechters, officieren, advocaten, overheidsfunctionarissen, deskundigen, politici en wederpartijen. Niet allemaal zijn ze mijn beste vriend geworden. Ik moet u zeggen: dat vind ik niet zo een probleem. Het belang van mijn cliënten staat voor mij bovenaan en vanaf dag één gold voor mij dat als ik moe(s)t kiezen tussen het (zonder concessies te doen) dienen van dat belang enerzijds of anderzijds het vriendjes maken met anderen in de branche, ik dan zonder enige aarzeling voor dat eerste koos – en kies. Zo kijk ik er al 40 jaar naar en dat zal in de komende 40 jaar waarschijnlijk niet veranderen. Het is overigens ook wat ik probeer mee te geven aan mijn kantoorgenoten en medewerkers, waaronder een aantal van mijn zonen.

Is er in 40 jaar dan helemaal niets veranderd? Toch wel. Ik heb er tot een jaar of 10 geleden altijd bewust voor gekozen geen mensen in dienst te nemen. Het was mij teveel gedoe en ik focuste liever op het juridische werk dan op het commercieel uitbreiden van de praktijk. Toen mijn zonen echter ook interesse in het beroep toonden, was er natuurlijk wel plaats in de praktijk. Zij wilden de degelijkheid van een intiem, huiselijk kantoor combineren met modernisering en professionalisering en, toegegeven, dat lukt meer dan aardig. Naast mijn zonen prijs ik mij inmiddels gelukkig met een aantal andere zeer loyale en capabele collega’s. Mijn praktijk heeft mede daardoor de afgelopen jaren een mooie groei doorgemaakt en ik aanschouw dat met trots.

Anders dan ikzelf destijds hoefde, specialiseert de jongere generatie zich op specifieke rechtsgebieden, zoals (bij ons) het contractenrecht, ondernemingsrecht, arbeidsrecht, familierecht en strafrecht. En dat is nodig. Het recht is uitgekristalliseerd en voor jonge nieuwelingen is het werken binnen allerlei verschillende rechtsgebieden niet meer goed te doen. Als ouwe rot vind ik dat soms jammer, omdat het werken in verschillende gebieden het beroep van advocaat – voor mij – altijd extra uitdagend heeft gemaakt. 

Over uitdagingen gesproken. In aanloop naar dit jubileum hoefde ik niet lang na te denken over de vraag of ik nog door ga als advocaat. Die toga hang ik voorlopig nog niet aan de wilgen. Van mij zijn ze nog niet af. Maar dat betekent niet dat er niets verandert.

Er is iets dat mij al lang dwars zit. Het zal u niet verbazen dat dat met de oorlog te maken heeft. Tijdens en na de oorlog zijn er ongelooflijk veel misstanden geweest, zeg maar gerust misdaden gepleegd, tegen de Joden in Nederland. Dan heb ik het niet over de grootste misdaad, gepleegd door de Nazi’s, namelijk de moord op meer dan 100.000 Nederlandse Joden. Naast die massamoorden, werden Joden op misselijkmakende wijze beroofd van hun eigendommen door medeburgers en (met behulp van) de overheid. Onroerend goed werd ingepikt of voor veel te lage bedragen gekocht ‘op vrijwillige basis’. Verschillende ‘functionarissen’, zoals notarissen, speelden daarbij een even cruciale als bedenkelijke rol. Kunst, bankrekeningen en andere eigendommen werden beroofd op vergelijkbare wijze. En er is meer van dat alles. Sommigen van die misdaden zijn rechtgezet na de oorlog, maar heel veel ook niet. In de woorden van Koning Willem-Alexander: het is iets dat mij niet loslaat.

Ik besef mij goed dat de laatste Holocaust-overlevenden op leeftijd zijn. Als dit ooit nog rechtgezet kan worden, is het nu. Beter gezegd: dan móet het nu. De overheid maakt hier – ondanks herhaaldelijk aandringen – geen werk van. En dus is de enige resterende optie, om dat te doen wat ik voor andere cliënten in zo een geval ook doe: rechtsmaatregelen treffen. Procederen. Voor verschillende cliënten ben ik hieraan al begonnen. Maar ik geloof dat er nog veel werk te verzetten is. Het doel? Compensatie voor overlevenden van de oorlog en/of hun nabestaanden. Deze zaken verjaren nooit – en terecht.

Ik zal daarom vanaf nu één dag in de week vrijmaken voor het behandelen van dit soort zaken, omwille van het verkrijgen van rechtsherstel voor degenen die dat toekomen. Ik zal niet rusten totdat hier aandacht voor komt en dat ofwel via de politiek ofwel via de rechter, rechtsherstel (voor zover daarvan al gesproken kan worden) zal plaatsvinden. Bent u of kent u iemand die naar zulk rechtsherstel op zoek is, dan kunt u zich melden bij mijn kantoor.

Uiteraard geldt, dat als u naar andere juridische hulp op zoek bent, ik samen met mijn team tot uw beschikking blijf staan.

Ik dank u voor het vertrouwen in de afgelopen 40 jaar en kijk met belangstelling uit naar de toekomst. Dit was mijn eerste column in 40 jaar. De volgende verschijnt naar verwachting in augustus 2060.

Alle goeds voor u allen!

Herman Loonstein

Meer nieuwsartikelen