Amsterdamse jachthaven mocht boten niet verwijderen en moet schade vergoeden

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

14 november 2018

De rechtbank Amsterdam heeft vandaag in een tussenvonnis geoordeeld dat een Amsterdamse jachthaven drie boten die bij de jachthaven waren gestald niet mocht verwijderen.

De jachthaven heeft gesteld dat zij de boten heeft verwijderd, omdat de boten in slechte staat verkeerden, omdat de stallingskosten niet werden betaald en omdat de eigenaar van de boten de boten zeven maanden zonder nader bericht heeft achtergelaten. De eigenaar van de boten, bijgestaan door mr. H.J. Oosterhagen, heeft dit uitdrukkelijk betwist. De rechtbank is van oordeel dat de eigenaar van de boten geen afstand heeft gedaan van de eigendom van de boten. De jachthaven mocht de boten niet verwijderen en is verplicht om de onherstelbare schade te vergoeden.

De vordering van de jachthaven met betrekking tot de stallingskosten is verjaard. De boten lagen gestald tot midden 2012. De vordering is dus midden 2017 verjaard. Voor die tijd heeft de jachthaven geen schriftelijke aanmaning of een schriftelijke mededeling gestuurd aan de eigenaar van de boten, waarin de jachthaven zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt.

Lees hier de volledige uitspraak:

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:8610

Meer nieuwsartikelen